Toggle menu

Waterkwaliteit

In opdracht van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid onderzoekt de Vlaamse Milieumaatschappij tijdens het badseizoen de kwaliteit van het zwemwater aan de kust, de zwemvijvers en de officiële recreatiewateren waar één van volgende watersporten wordt beoefend: surfen, duiken en waterski.

Actuele waterkwaliteit

Raadpleeg de actuele waterkwaliteit voor alle locaties aan de kust, in zwemvijvers en in recreatievijvers.

Het badseizoen loopt aan de 42 zwemzones van de kust van juni tot half september. Tijdens die periode wordt het water gemiddeld anderhalve keer per week onderzocht.

In zwem- en recreatievijvers begint het badseizoen al in mei. In de zwemvijvers neemt de VMM wekelijks waterstalen en in de recreatievijvers om de twee weken.

Wanneer uit analyse blijkt dat de kwaliteit van het water minder goed is, wordt meteen een controlestaal genomen, ook wanneer de resultaten in het weekend of op een feestdag bekend worden.

Om de kwaliteit te beoordelen, worden de bacteriologische parameters E. coli en intestinale enterokokken bepaald. Voor zwem- en recreatievijvers worden ook cyanobacteriën (of blauwalgen) opgevolgd. Daarvoor wordt gekeken naar de aanwezigheid van een zichtbare drijflaag of wordt het microsystinegehalte bepaald.

Op basis van de normen die voor deze parameters gelden, geeft de afdeling Toezicht Volksgezondheid een zwem- of recreatieadvies en kan de lokale burgemeester een zwem- of recreatieverbod afkondigen.

Europese beoordeling

Hoe scoort ons zwemwater op langere termijn? De Europese beoordeling is een weergave van de  gemiddelde zwemwaterkwaliteit over vier jaar. Volgens de zwemwaterrichtlijn (2006/7/EG) worden de zwemwateren ingedeeld in 4 kwaliteitsklassen op basis van de bacteriologische resultaten van de afgelopen vier jaar, namelijk ‘Uitstekend’, ‘Goed’, ‘Aanvaardbaar’ of ‘Slecht’.

Van de 42 badzones aan de kust behoren er in 2014, 29 tot de klasse uitstekend (69%) en 13 tot de klasse goed (31%). Geen enkele kustzone behoort tot de klasse aanvaardbaar of slecht.

Van de 44 zwemvijvers behoren er 41 tot de klasse uitstekend (93,2%) en 3 tot de klasse goed (6,8%).  Geen enkele zwemvijver behoort tot de klasse slecht of aanvaardbaar. Aangezien de zwemwaterrichtlijn geen betrekking heeft op recreatievijvers, is er voor deze geen lange termijn beoordeling

Bronnen van verontreiniging

Voor het kustwater valt de waterkwaliteit vooral terug na hevige regenbuien. Als het overvloedig regent, kan de infrastructuur voor het afvalwater (rioleringen en rioolwaterzuiveringsinstallaties) de grote hoeveelheid regenwater niet aan. Dan treden er overstorten in werking waardoor ongezuiverd afvalwater in rivieren en beken terecht komt. Dat verontreinigde water gaat dan via deze waterlopen naar zee.

Het afvalwater dat op die manier in de zwemzones terechtkomt, bevat vaak uitwerpselen die zorgen voor een bacteriologische verontreiniging. Daarbij komt dat de aanwezigheid van paarden, honden en vogels op het strand, het gebrek aan sanitaire voorzieningen en de weersomstandigheden een negatieve rol kunnen spelen. De komende jaren zal nog een aantal investeringsprojecten uitgevoerd worden die oppervlakte- en regenwater afkoppelen van de collectoren. Die ingrepen moeten de kans verder verkleinen dat afvalwater bij hevige neerslag ongezuiverd in de waterlopen – en dus ook in de zee- terecht komt.

Het probleem van overstorten doet zich in mindere mate voor bij zwem- en recreatievijvers aangezien die vaak niet in verbinding staan met beken en rivieren en vooral gevoed worden door grondwater. Mogelijke bronnen van verontreiniging zijn de aanwezigheid van watervogels en afspoeling van uitwerpselen van deze vogels bij hevige neerslag.

Bij stilstaand water met grote hoeveelheden voedingsstoffen (nitraten, fosfaten, …), is er ook een groter risico op de aanwezigheid van algen en/of cyanobacteriën.